Familie van Keulen

Dietrich Arnold

Dietrich Arnold von Pasqualin

M

Vader
Maximilian von Paßquilin/ Pasqualini
Moeder
Anne Margarete von Linteloe
Relaties
Anna von Ingenhoff / Ingenhaven / Ingenhoiffen

Kinderen met Anna von Ingenhoff / Ingenhaven / Ingenhoiffen
Maximilian Theodorus von Pasqualini
Otto Adolf von Pasqualini
Mercurij 21 Januarij 1663 – Drost undt Richter Gooswijn Wilhelm vander Lawick Coernoeten Derck Bretthouwer,
Jan ten Brincke, Herman Huininck, Jan Nachtegall.
Erscheenen Jr. Arnoldt van Pasquelini voor Anna Ingenhove sijn Weledl. huijsvrouw de rato cavierende, die bekande
voor sich ende sijnen Erven voor eene welbetaelde summa geldes steden ende onwederroeplicken Erffcoops vercofft
te hebben aen Henderick Boomkamp Elsken sijn huijsvrouw ende Henderick van Romunde ende Berndeken van
Aelten
Fol. 4 v respective Ehluijden ende haeren Erven het Erve ende goet Langenhoff genoembt, naemlick huijs, hoff, schoppe gaerdens, allermaeten t selve alles de Bouwman heeft in gebruick gehadt; item Busch in sijnen opworp langes Swijtinck liggende, ende Landerijen, naemlick het landt langes Swijtinck landt gelegen op die Quernebeeck schietende, met eenen kamp tuschen het Gantfoordt ende Mauris gelegen, als meede anderhalve weijde aent Baerler Goor gelegen, alsoo die Bouwman deselve dusverre meede gebruickt heefft, voor eenen vrijen allodiaelen ende nergents mede beswaerden grondt, nergents meede als gemeijne landts lasten beswaert; Insgelijcken heefft cooper vermoge darvan opgerichten coopbrieff aen gemelte Cooperen vercofft een stuck landes benoembt de Quernebeecke, met sijn toebehoor ende gerechtigheit, als boven. Deeses in maeten voors. gecediert ende uijtgegaen, daerop mit handt, halm ende monde renuntieerende, gelaevende vercooper deeser cessien te willen staen ende het gemelte transport te wachten ende wahren, gelijck men sulx nae rechten ende Landtrecht schuldigh, bij ende onder verbandt aller sijner gerieden ende ongerieden beweg- ende onbeweglicken goederen, waer dieselve oock gelegen, om in cas van onvermoedtlicke evictie sich ten genoeghen daeran te verhaelen, sine dolo ac fraude.
bron: heerlijkheidbredevoort

23 mei 1677 getuige bij de doop van Theodorus Jodocus Ribbert, zoon van Henricus Ribbert en Catharina Einhorn.