Dat erve to Volkerding mit sinen tobehoeren, gelegen in Marckele, beleend door Bruen van der Maet. In 1531 wordt het erve ook aangeduid met de naam Bollering of Bellering. In 1601: "dar die meyer Arnt up woenth".
13-11-1546.
Bertolt van Langen Goerdenssoen.
20-9-1553.
Herman van Langen na de dood van zijn broer Bartolt van Langen.
24-5-1559.
Johan van Laere te Houlde als hulder en voogd van de minderjarige Geert van Langen, na de dood van Herman van Langen.
28-10-1601.
Arent de Reyger wordt geciteerd om het leen te verheffen.
31-12-1601.
Arenth de Reyger.
25-11-1616.
Anna van Langen, vrouw van Arendt de Reyger, met Jacobus Meilinck als haar voogd, verkrijgt goedkeuring van haar testamentaire beschikkingen ten behoeve van haar kinderen.
2-6-1618.
Arnoldt de Reyger met de ledige hand.
3-10-1623.
Jonker Christopher van Munster wordt op verzoek van Herman de Rheiger en Johan Schenck van Niedecken (Nydeggen) in het leengericht geciteerd, evenals op 21-10-1623 en 14-11-1623. 18-2-1625.
Christopher van Munster wordt op 3 april a.s. voor het leengericht gedaagd in het Roode Herte binnen Oldenzael.
18-1-1632.
Christopher van Munster wordt geboden zich in het vervolg te onthouden van het kappen van eikenbomen op het goed, dan na toestemming van de leenheer.
27-2-1632.
Christopher van Munster na de dood van zijn halfbroer Herman de Reiger.
bron: markeboek markelo op shm.nl