236 Dederich Leijdecker, der rechten Docter, en Henrick Leijdecker, gebroeders, voor hen zelf en mede als gemachtigden van de erentrijke Joffrouw Aeltyen van Till, nagelaten weduwe van zal. Gerritt Leijdecker, der rechten licentiaat, met Joest Hesselman, secretaris der stad Zutphen, als haar gekozen momber, waarvan de volmacht, op 12-01-1614 gepasseerd is voor richter en schepenen der stad Zutphen, hebben in zulker kwaliteit opgedragen en met hun vrije will vertegen de welgeboren heer heer Eernst Casimir grave zu Nassauw Catzenellenbaege, Vianden en Dytz etc., veldmaarschalk der Verenigde Nederlanden, en de hooggeboren vrouwe vrouw Sophia Hedwich geboren hertoginne tho Brunswyck Lunenborch, gravinne tho Nassouwe, Catzenellenbaege, Z. gen. gemalinne, een morgen lands, gelegen in Arnhemmerbroek in de eerste Cruijsweijde, schietende aan de Beek achter aan Z. G. spicker, gelijk hertog Edwardt, bij der genade Godes hertog van Gelre en grave van Zutphen, in den jare 1365 op donderdag na des helligen Cuissdach inventionis aan Wolter Gysen, Z. G. deurwaarder, vermogens brief en zegel opgedragen en vertegen heeft, et si defectus in guarandaria sub expandatione derdehalve morgen weilands, gelegen in de tweede Cruijssweijde, genaamd Leijdeckers weijde;
Datering:
12-02-1614
Folio:
81v
Toegangsnummer:
2003 ORA Arnhem
Inventarisnummer:
414https://proxy.archieven.nl/0/26EA6B4C11A34787874A377CA2567F79