Deze?
In november 1687 blijken in het ambt van Neder-Betuwe te weinig karren 'voor op de dijcken in cas van noot' te zijn. De dijkgraaf en heimraden besluiten 30 karren te laten maken ('tot lasten der huijsluijden welverstaende de heele en halve bouwluijden naar proportie') op onder meer de volgende voorwaarden voor de aannemers. De karren moeten van 'goedt droogh hout ende plancken' worden gemaakt. De planken dienen één voet breed te zijn. Elke kar krijgt een 'bequamen boom om door twee peerde getrocken te worden' inclusief het 'hals hout'. Het geleverde ijzerwerk moet van 'goede taeij ende bequam ijser tot de spillen, lunsen 78 incluis ' zijn. Elke kar wordt voorzien van twee raderen van goed droog hout. Jacob Corneliss, Jan Wouters, Jan van Wijck, Sweder Cornelis en Adriaen van Asch maken samen twintig karren. bron: J. R. Mulder en P.F.J. Franzen In de ban van de Betuwse dijken Deel 6 OpheusdenEen bodemkundig, archeologisch en historisch onderzoek naar de opbouw en ouderdom van de Rijndijk te Opheusden (Neder-Betuwe